Voor winkels·3 min lezen

Waarom lokale winkels elke dag geld laten liggen (en hoe dat anders kan)

Elke dag sluiten lokale winkels met onverkochte voorraad. Bloemen die verwelken, broden die hard worden, een middag in de agenda die leeg bleef. Het gekke is: het probleem zit meestal niet in de prijs.

Een houten bakkersrek met een paar overgebleven broden, kort na sluitingstijd

Loop op een doordeweekse avond om kwart voor zes door een winkelstraat en je ziet het overal. De bloemist heeft boeketten staan die morgen niet meer verkocht kunnen worden. De bakker heeft een schap dat leeg had moeten zijn. De kapper had tussen twee en vier niemand in de stoel. Alle drie hebben ze dezelfde avond hetzelfde verlies geleden, en alle drie hebben ze het als normaal geaccepteerd.

Dat is het rare aan onverkochte voorraad: het voelt niet als verlies, want er ging niets kapot en er werd niets gestolen. Er gebeurde alleen niets. En omdat er niets gebeurde, staat het nergens in de boekhouding als een aparte regel. Het verdwijnt in de marge.

Het probleem is niet de prijs

De reflex is afprijzen. Een bordje in de etalage, een sticker op de verpakking, een streep door het oude bedrag. Dat werkt zelden, en de reden daarvoor is simpeler dan hij lijkt: het bordje wordt alleen gezien door mensen die toevallig langslopen. Precies op dat moment, precies in die straat.

De mensen die die deal wél zouden willen, zitten op dat moment thuis, op kantoor of in de trein. Ze weten niet dat jouw boeket van vijfendertig euro vanavond voor zeventien euro weg mag. Ze zouden ervoor omrijden als ze het wisten. Ze weten het alleen niet.

Onverkochte voorraad is geen prijsprobleem. Het is een timingprobleem: het juiste aanbod bereikt de juiste persoon een paar uur te laat.

Waarom kortingssites het ook niet oplossen

De klassieke kortingssites hebben een ander model. Je zet er een aanbieding op die weken vooruit geldt, tegen een commissie die vaak de helft van de opbrengst opeet, en je trekt er precies één type klant mee aan: iemand die kwam voor de korting en daarna nooit meer terugkomt.

Dat is het tegenovergestelde van wat een lokale winkel nodig heeft. Jij wilt geen weken vooruit plannen. Je weet vanmiddag pas wat er vanavond over is. En je wilt geen kortingsjagers, je wilt buurtbewoners die terugkomen omdat ze je zaak nu kennen.

Wat er wel werkt

Drie dingen moeten kloppen voordat onverkochte voorraad alsnog omzet wordt:

  • Je moet de deal kunnen plaatsen op het moment dat je weet wat er over is, niet weken vooruit. Dat betekent: in twee minuten, vanaf je telefoon, tussen twee klanten door.
  • De mensen in je stad moeten er meteen een melding van krijgen. Niet in een nieuwsbrief van volgende week, maar nu, want over twee uur ga je dicht.
  • Er moet genoeg overblijven om het de moeite waard te maken. Vijftig procent commissie op iets dat je anders had weggegooid is nog steeds beter dan niets, maar het is geen model waar je een winkel op bouwt.

Dat is precies waar BeforeGone op gebouwd is. Je plaatst een deal wanneer het jou uitkomt, mensen in jouw stad krijgen een melding, en van wat de klant betaalt houd jij vijfentachtig procent. Geen abonnement, geen aanmeldkosten. Als je niks verkoopt, betaal je niks. De volledige commissie en kosten staan op één pagina.

De klant die je erbij krijgt

Het onderdeel dat winkeliers meestal onderschatten: iemand die via een last-minute deal binnenkomt, staat wél in je zaak. Die ziet je etalage, je assortiment en de manier waarop je met mensen omgaat. Een deel daarvan komt de week erop terug tegen de normale prijs.

Zo bekeken is die afgeprijsde deal niet je verlies van vanavond, maar je marketingbudget van deze maand, met het verschil dat je hem alleen uitgeeft als hij daadwerkelijk iemand naar binnen heeft gebracht.

Wat dat concreet oplevert, staat uitgerekend in de rekensom per deal. Heb je een winkel in Breda en wil je er vanaf ${LAUNCH_LABEL} op staan, dan kun je je winkel nu al aanmelden.

Winkel in Breda?

Meld je winkel aan en sta er vanaf dag één op. Geen aanmeldkosten, geen abonnement.

Winkel aanmelden